Wij
hebben bij ons achter ‘t huis, onzen eigen keukenhof.
En
elke dag besef ik meer, hoe of ik daarmee bof.
Maar
als ge mij nu vraagt, hoe kom je daar nu aan,
dan
krijg je als antwoord, mijn vrouw want die heeft dat gedaan.
Wat zij met heel haar tuingerei, met schoffel schop en hark,
haar snoeischaar
en haar maaimachine, gemaakt heeft is een park.
Zij
heeft daar heel veel werk mee, houdt alles heel goed bij,
en
als dan alles groeit en bloeit, dan zijn we samen blij.
Maar
ook de vogeltjes die zijn, tevreden met al die struiken
ge
ziet hier steeds meer soorten, die al dat groen gebruiken.
Van
s morgens vroeg tot s avonds laat, vliegen ze af en aan,
hun
snavel vol met wormen, als ze naar hun jong toe gaan.
En
al die vogels zingen s avonds der allermooiste liedje,
als
ge dan buiten zitten kunt, is dat pas echt genieten.
De
kikkers geven een concert, ge hoort de waterval,
ge
luistert naar de stilte, ruikt de bloemen overal.
De
eend broeit langs de vijver, onze Johan wil vissen vangen,
maar
met ‘n schepnet gaat dat niet, dus zie ’k de bui al hangen.
Als
hij dan door heeft dat het niet gaat verandert ie z’n plan,
hij
gaat achter de kikkers aan, en ‘t lukt ‘m ook nog die man.
En
al dat moois kan ik hier zien, achter mijn keukenraam,
‘t
is net en levend schilderij, maar ‘t had nog geen naam.
Ik
noem ‘t onze keukenhof,en geniet er dagelijks van,
met
dank aan onze tuinvrouw, mijn eigen (Mieke) Hendrik Jan.

|